Kantonrechtersformule
De kantonrechtersformule is een maatstaf voor de zogenaamde ‘gouden handdruk’, de verplichte vergoeding die door een werkgever aan een werknemer wordt uitgekeerd bij gerechtelijke ontbinding van zijn of haar arbeidsovereenkomst. De formule is in 1954 opgesteld en zorgt ervoor dat er minder discrepantie is tussen toegekende ontslag-vergoedingen door het gehele land heen. Ondanks dat de formule een aanbeveling is (en dus geen wet), wordt deze in verreweg de meeste gevallen gehanteerd. Een kanton-rechter kan echter dus besluiten van de standaard af te wijken. Er ligt momenteel een wetsvoorstel dat een maximum stelt aan de ontslagvergoeding bij hogere inkomens.
De ABC-formule
De kantonrechtersformule is gebaseerd op een drietal factoren, die met elkaar vermenigvuldigd worden:
- A: het aantal gewogen dienstjaren.
- B: de beloning.
- C: de correctiefactor.
Aantal dienstjaren
De eerste factor, het aantal gewogen dienstjaren, wordt bepaald door een wegingsfactor los te laten op het aantal jaren dat een individu in dienst is geweest bij een organisatie. Bij het berekenen van het aantal dienstjaren worden halve jaren naar beneden afgerond. Alles langer dan een half jaar wordt naar boven afgerond. De volgende weging wordt toegepast:
- Een dienstjaar t/m de leeftijd 34 telt voor 0,5
- Een dienstjaar voor de leeftijden 35 – 44 telt voor 1
- Een dienstjaar voor de leeftijden 45 -54 telt voor 1,5
- Een dienstjaar vanaf de leeftijd 55 telt voor 2
Een probleem dat kan ontstaan, is dat door de afronding van jaren over de categoriën een ander totaal aantal dienstjaren ontstaat dan werkelijk is gewerkt. Iemand die bijvoorbeeld 2,7 jaar in de categorie 45-54 werkte en 1,7 jaar in de categorie 55+, heeft volgens het wegingsmodel in totaal 5 dienstjaren (3 jaar in de categorie 45-54 en 2 jaar in de categorie 55+). Aangezien de werknemer eigenlijk slechts 2,7+1,7 = 4,4 dienstjaren heeft (4 na afronding!), wordt er bij de weging 1 jaar uit de onderste categorie afgetrokken.
Beloning
De tweede factor, beloning, staat in de regel gelijk aan het bruto maandsalaris, vermeerderd met zaken als vakantiegeld, dertiende maand en andere vaste toeslagen. Zaken als onkostenvergoedingen, winstdelingen en een auto van de zaak worden in de regel niet meegenomen.
Correctiefactor
De correctiefactor voorziet in een weging van bijzondere omstandigheden en verwijtbaarheid. In principe wordt uitgegaan van een correctiefactor van 1. In dit geval is er geen sprake van bijzondere omstandigheden; denk bijvoorbeeld aan een werknemer die ontslagen wordt ten gevolge van een reorganisatie. Een correctiefactor van lager dan 1 (in sommige gevallen zelfs 0) wordt toegekend indien het ontslag voor een deel of geheel te wijten is aan de werknemer. Is het ontslag voor een deel of geheel te wijten aan de werkgever of komt de werknemer in een moeilijke arbeidsmarkt terecht, dan kan de kantonrechter een factor hoger dan 1 toewijzen. Zit de werknemer tegen de pensioengerechtigde leeftijd aan, dan zal de rechter het mogelijke inkomstenverlies meewegen in de bepaling van de uiteindelijke vergoeding.




